Go to English version of this page
Bangkok-Singapore per fiets
Verslag van een 20 daagse toertocht
deel 1: Thailand
Inleiding
Tijdens een fietsvakantie houd ik altijd een dagboek bij. In de eerste
plaats heb ik iets nodig om mijn belevenissen kwijt te raken (want ik
fiets altijd alleen) en natuurlijk vind ik het leuk als anderen het lezen.
Daarom houd ik het beknopt en daarom plak ik ook foto's bij de tekst.
Om het geheel nog aantrekkelijker te maken als internet website, heb ik
tekst en aantal foto's nog wat verder beperkt.
Dit verslag is in tweeën gesplitst. Als je al lezend de Maleisische
grens bereikt, vind je een link naar de volgende pagina die je dwars door
het vasteland van Maleisië brengt tot Singapore.
Of, als je Thailand nu wilt overslaan,
ga je gang!
23.02 (do) Bangkok km. 74
De eerste 11 kilometers in Thailand zitten er op: ik zit nu in het
restaurant van het luxueuze KLM hotel in een noordelijk stadsdeel van
Bangkok. Dit hotel is alleen voor KLM bemanningsleden en -personeel en
alleen bij uitzondering en alleen met een invitatie zijn andere
gasten welkom. Dus: ik ben ook zo'n uitzonderingsgeval. Ik heb dat te danken
aan een voorval een jaar geleden, toen ik in deze zelfde omgeving fietsend
rondzwierf op zoek naar een hotel die ik maar niet kon vinden. Het geluk was
met mij, want ik liep toen toevallig een landgenoot tegen het lijf, een KLM
employee. Hij redde mij uiteindelijk van een overnachting op een bank in
een park.
Veel drassig land met waterwegen bij Bangkok.
24.02 (vr) Ten westen van Bangkok km. 100
Om half 9 gooide ik mijzelf in het Bangkokse verkeer. De echte start van
deze fietsocht. Ik had er geweldig veel zin in en voelde me happy met het
vooruitzicht van een paar weken fietsen in dit tropische deel van Azië.
En ik genoot van het weerzien met Thailand: de tempeltjes, de rotzooi langs
de weg, het drukke verkeer, het geknetter van de brommers, de prachtige
bloemen, de blauwe walm van de uitlaten, de beeldschone vrouwen, de
kreupele honden, de tuk-tuk's, de geur van het eten dat overal op straat
wordt gemaakt, kortom: ik vind het heerlijk weer in Thailand te zijn. Dank
zij een ruim schema en met het oog op mijn onvoldoende training voor deze
tocht, doe ik het rustig aan. Ik zit nu, na 26 kilometer, onder de
palmbladeren een colaatje te drinken. De eigenaar komt zojuist langs met
de vraag of ik niet wat eten wil. Ach, waarom ook niet? De hoeveelheid van
een maaltje eten in Thailand is meestal klein en daarom eet ik onderweg in
Thailand meerdere keren.
24.02 (vr) Samut Songkhram km. 182
Onderweg ben ik verder nog vier keer gestopt; niet om tijd te rekken, maar
omdat ik de rustpauzes degelijk nodig had. Ik was bekaf toen ik om 5 uur
Samut Songkhram bereikte. Ik heb een tuk-tuk (driewieler-taxi) gevraagd me
voor te rijden naar een hotel. De douche deed het goed, het bed lijkt goed
en het is niet smerig, ondanks die ene kakkerlak die ik vermoord heb. Ik
heb ook een (werkende) airconditioner. Deze kamer kost fl.12,- Voor drie
maal een bord eten vandaag was ik totaal fl.6,- kwijt. Hoe kom ik in dit
land door m'n geld heen?
Overal bloemen langs de weg
25.02 (za) Paktho km. 206
Toen ik vanmorgen langs een drukke straat een bakje noodles met glibberige
brokken vlees op zat te slurpen (ontbijt), viel me weer op wat voor een
belangrijke plaats de brommer inneemt in het dagelijkse leven van de Thai.
Je ziet keurig geklede dames op keurig nette brommertjes, je ziet kerels
op wrakken, je ziet hele families samengeklonterd op Thailands vervoermiddel
no. 1. Een van de Duitsers, die ik gisteravond tegen het lijf liep, vroeg mij:
"weet je waarom een Thaise familie nooit meer dan drie kinderen heeft?"
"Nein". "Een grotere familie past niet meer op één Moped". Als op een groot
kruispunt het licht op groen gaat, vult de lucht zich met een hels geknetter,
omzoomd door een blauwe wolk. Als die voorhoede is weggesprint, volgt een
kreunend gebrom van overbeladen vrachtauto's en bussen, omhuld in vette
zwarte rook. Thailand is Thailand niet meer zonder gemotoriseerd verkeer.
Cha-am: de fiets staat volop in de belangstelling
25.02 (za) Cha-am km. 282
Vandaag zit ik in een toeristen badplaats. En wat ik van Thaise badplaatsen
gezien en gehoord heb, moet ik zeggen dat Cha-am een hele mooi badplaats is.
Er is een mooi breed en schoon strand en voor zover ik heb gezien ontbreken
de duistere clubs en ook snollen heb ik nog niet gesignaleerd. Zogezegd
een nette vakantieplaats dus. Ik maak van de gelegenheid gebruik om es wat
meer geld kwijt te raken. Ik heb een mooi hotel uitgezocht met een heerlijke
kamer waar ik geen kakkerlak zal tegenkomen. Er is ook een zwembad, die ik
vanavond wil proberen. Nu zit ik op een chique terras van de branding te
genieten met een grote fles Singha bier voor me. Ook heb ik een Italiaans
restaurant ontdekt: die bewaar ik voor straks en reken maar dat ik er een
glaasje rode wijn bij neem. Voor "couleur-local" is de komende weken nog
tijd genoeg.
26.02 (zo) Cha-am km. 282
Ik blijf een dag in Cha-am. Ik heb daar drie redenen voor: 1 (belangrijkste):
m'n zon-verbrandingen, die ik de eerste dag al heb opgelopen (vergeten in te
smeren!). Ik kan me nu nog zo insmeren overdag, maar zolang de kale zon op
m'n huid blijft schijnen, blijft het pijn doen. Ook 's nachts heb ik er veel
last van. 2: Om langzaamaan in een goede vorm te komen is nu een rustdag
denk ik geen slechte planning. 3: Dit is een heel leuk plaatsje en het is
weekend; het is hier gezellig druk.
27.02 (ma) Prachuapkhirikhan km. 404
We zijn weer een dag, en 120 km, verder. Ook deze plaats, waarvan de naam
veel oefening vergt om uit te spreken, heeft een mooi strand. Maar er zijn
geen toeristen. Er is een boulevard, er is een prachtige omgeving met
rotsen die hoog uit het water oprijzen, maar aan het aantrekken van
toeristen wordt kennelijk weinig gedaan. Ik heb het chiqueste hotel
uitgezocht, met de duurste kamer (uitzicht op zee) en het lukt mij nog niet
om meer dan fl.52,- uit te geven. Ik zal in deze kamer waarschijnlijk weer
geen kakkerlakken tegenkomen. Misschien lijk ik een big spender, maar ik
verloochen mijn Nederlandse afkomst niet. Zojuist heb ik bij de kruidenier
een paar pilsjes gekocht (de minibar raak ik niet aan), bij de bakker op de
hoek heb ik een zak verse koekjes gehaald en straks stuur ik een fax vanaf
het postkantoor. Ook aan wasgoed zullen ze hier aan mij niet verdienen, ik
heb nu een lekker sopje in de prullebak.
restaurant langs de rivier.
28.02 (di) Bang Saphan km. 479
Ik heb zin in het afleggen van een flinke afstand en vandaag is daarvoor
een geschikte dag. Er zijn namelijk weinig plaatsen langs de weg naar het
zuiden en de eerste behoorlijke plaats volgens de kaart komt pas na 160
kilometer. Maar de kans dat ik daar een kakkerlak-vrij hotel vind is denk
ik niet zo groot. Daarna komt Chumphon, 30 kilometer verder, en dat is een
grotere plaats. Ik heb nog niet besloten wat ik ga doen: de kakkerlakken
op 160 km of een goed hotelbed op 190 km. In ieder geval ben ik maar vroeg
gestart (7h15) en rijd ik op een strak schema. Ik moet voor het donker (18h30)
stoppen, want anders is het te gevaarlijk. Omdat de weg druk is en niet breed.
Het landschap wordt aangenamer. Het wordt wat heuvelachtiger en de vegetatie
is dicht en tropisch. Rechts van mij is een bergketen dat de grens met Burma
vormt en links is de zee, die ik overigens niet kan zien. Ik rijd nu door
Thailand op z'n smalst: van de zee tot de Burmese grens is nauwelijks 20
kilometer.
28.02 (di) Chumphon km. 582
De afstand had ik overschat en toen ik ook nog een binnenweg vond die de
route afsneed, reed ik al om half zes via een achterdeur Chumphon binnen
en had ik een afstand van 178 km. op de teller.
Weg van de snelweg
01.03 (wo) Langsuan km. 659
Ik heb gepland om donderdag in Suratthani aan te komen (ik ken daar trouwens
een goed hotel) en tot Suratthani is er maar één plaatsje van betekenis:
Langsuan. En daar zit ik nu. Daar heb ik vandaag slechts 77 kilometer voor
moeten fietsen en daar heb ik alleen de middag voor uitgetrokken. Zoals
altijd geldt ook nu weer dat, als er weinig druk achter zit, het fietsen
minder plezierig verloopt. Het werd dan ook een saai tochtje.
Toen kwam ik in Langsuan en een brommer-taxi bracht mij bij het beste hotel
in town. En dat zag er niet slecht uit. Toen ik door het plaatsje wandelde,
bezocht ik een boekwinkel en kocht ik een kaart. De eigenaar sprak redelijk
goed Engels en die kom je in Thailand niet zoveel tegen. Hij had ook een
goede kennis van de omgeving en hij kon mij vertellen hoe ik het best naar
Suratthani kon fietsen: wèl asfalt houden en ook zoveel mogelijk de hoofdweg
mijden. Dat is nou informatie die ik precies nodig had. Toen vond ik een
goed restaurant (waar ik nu nog zit), waar ik uitstekend gegeten heb en
waar het personeel, zoals meestal overigens, vreselijk aardig is. Langsuan
lijkt een schot in de roos.
02.03 (do) Thachana km. 705
Ik heb een lange nacht gemaakt in Langsuan en heb uitstekend geslapen.
Het hotel kon mij ook nog een goed westers ontbijt bieden en om half 9
fietste ik het stadje uit met achterlating van goede herinneringen. Op weg
naar Suratthani. Er was heel veel verkeer op de weg en het enige voordeel
daarvan is dat vrachtwagens een flinke zuigende werking hebben, waardoor
je heel snel vooruit komt. Met een gemiddelde van 29 km/h op de teller
stopte ik na 45 kilometer voor m'n eerste pauze. En dat is nu. Ik zit in
een tentje langs de weg in de schaduw (33° C). Helaas hebben ze hier
geen koffie. Het is altijd weer een gokje of ik koffie kan krijgen. vooral
's ochtends bij mijn eerste stop wil ik graag een bakje koffie. De eigenaar
van de tent draait een beetje om me heen: hij wil graag een praatje maken,
maar ik heb daar geen zin in. Ik ken alleen de Thaise woorden voor water,
bier, goeiedag en dat maakt een conversatie wel heel beperkt. Praten met
gebaren en het "Thai Phrasebook" in de hand is vreselijk inspannend en daar
moet je al net zin in hebben. Nu niet. Had hij maar een lekker kopje koffie
moeten serveren, dan had ik die moeite wel willen nemen.
02.03 (do) Suratthani km. 785
Het was een plezierige tocht vandaag. Het is half vier en ik zit in de
coffeeshop van het Siamthani hotel; 12 jaar geleden zat ik hier ook toen
ik voor mijn toemalig bedrijf in deze stad moest zijn. Voordat ik mezelf
in het zwembad laat glijden, neem ik nog een hapje eten.
koffie, cake en nieuwsgierige kinderen
04.03 (za) Hua Sai km. 998
Vanmorgen heb ik wat rondgebanjerd in Nakhon Si Thammarat en vanmiddag heb
ik een klein tochtje van 70 kilometer gemaakt tot aan Hua Sai. Aangezien er
voorlopig geen steden of stadjes op de route liggen, hield ik al rekening
met een bescheiden onderkomen voor de nacht. Nu vond ik bij dit dorp aan
het strand een soort bungalowcomplex. Houten huisjes worden er verhuurd
voor zo'n 25 gulden. Het is een eind buiten het dorp en ik kan hier niet
eten, maar ik zit nu aan het strand onder de palmbladeren. En dat is weer
eens wat anders dan in een airconditioned kamer in een hotel in het centrum
van een grote stad, zoals de afgelopen nacht in Nakhon Si Thammarat.
Het is nu later op de avond en ik ben net terug in m'n hok. De ventilator
doet z'n best, maar het is nog 28° binnen. Ik ben wezen eten in het dorp.
In de veronderstelling dat er dichtbij wel wat te halen zou zijn, ging ik
om half zeven lopend op pad. Geen restaurant te zien. De weg loopt langs
het strand tot een dorpje, zeg maar Hua Sai-aan-zee, 3 kilometer ver weg.
Na een half uur lopen was ik daar. Onderweg had ik nog wel uitgekeken naar
brommer-taxi's, maar er kwam geen een langs. Een brommer-taxi herken je
aan de berijder: die draagt een kiel met een nummer. De zon ging onder en
het werd schemerdonker. Mannen met kalotjes en vrouwen met hoofddoeken
togen naar de moskee. In dit deel van Thailand moet Buddha vaak het veld
ruimen voor Allah. In Hua Sai-aan-zee waren wel brommer-taxi's, ook wel
drinkgelegenheden, maar bij de paar restaurants waar ik aanklopte, was het
"no, no". Verder zag ik ook niemand eten. Te laat? Het was pas 7 uur! Dan
maar een brommer-taxi en naar Hua Sai, een paar kilometer landinwaarts.
Maar de brommertaxi's waren verdwenen en daar stond ik, met m'n ziel onder
de arm op het kruispunt te wachten.
Eindelijk kwam er een brommer die mij naar het dorp bracht. Ik maakte
duidelijk dat ik wilde eten en hij dropte mij bij (waarschijnlijk) de
meest gerenommeerde eetgelegenheid ter plaatse. Nu moet je dat voorstellen
als een kale garage, verlicht met t.l. buizen. Er staat een koelkast,
daarbovenop een t.v. en dan zijn er een aantal tafeltjes en stoeltjes.
Het eten wordt op straat, voor de garage, gemaakt. Wat mij opvalt is dat
ik vanavond weinig aanspraak heb. Onderweg, op de fiets, is het continu
"hello!", "where are you going?" en ander geschreeuw. Hier, in dit
restaurant, keken de mensen wel even vreemd, maar lieten ze me verder
met rust. ik vond dat fijn en genoot van m'n fles bier terwijl ik zat te
wachten de rijst. Ik begon te filosoferen waarom ik opeens geen doelwit
meer was van nieuwsgierigheid. De enige verklaring daarvoor die ik kon
bedenken was dat de mensen mij niet meer konden plaatsen. Op de fiets ben
ik een gekke buitenlander, op reis door Thailand en dat begrijpt men,
want daar zijn er meer van. Maar een vreemdeling in deze eettent in dit
achteraf gelegen dorp, dat is zo misplaatst, dat kan gewoon niet. Zo iets
onbekends kun je dan ook maar beter mijden.
Het bord rijst was goed geproportioneerd. Ik heb heerlijk gegeten en bleef
toen nog wat hangen, omdat m'n grote fles bier nog niet op was. ook genoot
ik van de onopvallendheid. Om doorlopend in de belangstelling te staan is
hinderlijk. Onderweg reageer ik niet meer op geschreeuw en onduidelijke
kreten. Mensen die "hello" roepen, krijgen "hello" terug en vriendelijk
lachende en zwaaiende mensen groet ik ook terug. Maar ik verlang er soms
naar om weer eens in een land te fietsen waar je wat minder in de
belangstelling staat.
05.03 (zo) Hat Yai km. 1128
Nu zit ik weer 9 hoog boven het centrum van een grote stad in een
airconditioned room met een t.v. en een goed bed. Vandaag heb ik 130 kilometer
afgelegd. Laatste stop in Thailand?
Hat Yai is een zeer dynamische stad. het heeft allures van een wereldstad
met z'n wolkenkrabbers en talloze 1e klas hotels en toch wordt het op de
meeste kaarten slechts aangeduid als een dorp. Hoe kan dat? Ik weet het
niet, maar ik had dat ook al opgemerkt toen ik hier 12 jaar geleden was,
dus ik was niet verbaasd.
06.03 (ma) Alor Setar km. 1237
Met een fikse wind in de rug vertrok ik vanochtend uit Hat Yai, over een
mooie brede weg. Aan weerszijden van de weg waren veel rubberplantages.
Precies om 12 uur reed ik de grens over en toen was ik in Maleisië.
Dit verslag gaat verder op een andere pagina, waar de lezer
door Maleisië wordt geleid, tot aan Singapore.