pagina 9
door Jan Boonstra
Vandaag zou de laatste etappe in Japan worden, want ik had een plaats op de boot naar Korea geboekt vanaf Shimonoseki, om half vijf 's middags. De afstand naar Shimonoseki, langs de kust (omdat dat mooi is en om steden te mijden), was ruim 150 km. Reden om om half acht al op de fiets te zitten. het was een prachtige ochtend. De zon deed z'n best om de laatste nevelslierten tegen de bergen op te duwen.
Het pad werd steeds slechter...
Ik had een route van kleine weggetjes gepland voor de eerste
etappe tot Hagi. na een half uurtje merkte ik dat ik verkeerd
zat en reed een stukje terug. Ja warempel, mijn weggetje had
ik gemist. het was een smal asfaltweggetje dat vrij steil
omhoog ging. Na twee kilometer hield het asfalt op en ik
twijfelde. Terug gaan en een andere route nemen zou een aardige
omweg zijn. Ik bleef doorgaan. De weg werd nog slechter en
ik hield mijzelf voor dat als ik eenmaal over het hoogste punt
was, de situatie wel zou verbeteren. Het hoogste punt werd
gepasseerd en het werd niet beter. Terug gaan werd steeds
onaantrekkelijker en hopend dat er gauw wat beters zou komen,
duwde ik de fiets verder over de stenen. Het pad kwam bij een
stroompje. De fiets over de keien en de boomstammen tillend
zwoegde ik verder. Het pad was inmiddels verdwenen en ik
zeulde de fiets over rotsblokken en door het water. Terug gaan
was nu (dacht ik) niet meer aan de orde. Maar het werd steeds
slechter. Ik begon nu alles drie keer af te leggen: eerst de
tassen een eind verder brengen, dan terug en dan de fiets.
Er kwam maar geen eind aan. Het werd steeds steiler en moeilijker. Wat was ik begonnen? Me verbijtend sleepte ik de fiets door de struiken en als dat niet meer ging, over de rotsblokken en door het water. Ik zat zelf inmiddels onder de schrammen en ik werd continu ingekapseld door spinnewebben. Maar dat merkte ik niet meer, ik zwoegde wanhopig voort. Op een bepaald moment, toen ik de tassen verder bracht (en dan de route voor het dragen van de fiets verkende), zag ik een lichte opening door de bomen, even verderop. Eenmaal daar aangekomen zonk de moed me in de schoenen: een riviertje. De oevers van mijn stroompje waren nu heel steil en eigenlijk onbegaanbaar en langs het riviertje was het al niet beter.
Hier ben ik overgestoken. .
Nu was ik ten einde raad, want terug gaan was nu echt onmogelijk. De halsbrekende toeren om de fiets soms naar beneden te krijgen, waren in omgekeerde richting uitgesloten. Aan de overkant van het riviertje zag ik opeens een hek. Dat moest betekenen dat daar op z'n minst een pad was! Maar hoe kwam ik daar? Met de tassen klauterde ik een eindje stroomafwaarts, langs de rivier, tot een stroomversnelling. Hier zou ik moeten kunnen oversteken. De fiets had ik nog steeds een eind terug laten staan en ik besloot eerst de rivier over te steken met de tassen. Maar dat viel niet mee. Waar het op afstand ondiep lijkt, blijkt het water tot m'n middel te komen, de stroom is soms verraderlijk sterk en de rotsen glibberig. Maar ik haalde de overkant en met trillende knieen stond ik even bij te komen. Dat was dat, maar het ergste moest nog komen: de fiets (en m'n schoudertas) moesten ook nog.
Ik verkende eerst de omgeving. Er liep inderdaad een voetpad
langs die kant van het riviertje. Ik nam toen de tijd om de
beste doorwaadbare route te zoeken en ging naar de fiets. Het
laatste eind tot de rivier was lopend al een hele klauterpartij
en met de moed der wanhoop deed ik het nog eens, met de
fiets. Soms gleed ik een eindje naar beneden langs de steile
helling en ik had nu overal open wondjes opgelopen. Maar ik
had oogkleppen op en had maar een doel voor ogen: de oever bij
de stroomversnelling. En die bereikte ik. Ik was helemaal
uitgeput en ging even zitten.
het zweet stroomde van m'n gezicht en het heldere water van
het riviertje was zeer uitnodigend. Toen nam ik een duik in een
dieper gedeelte en wat was dat zalig! Na 5 minuten rondzwemmen
was ik er weer klaar voor. Alles wat los kon van m'n fiets
stopte ik in de schoudertas. Die bracht ik eerst over. Toen
weer terug en toen was de fiets aan de beurt. Het zadel en het
stuur zijn drooggebleven, de rest heeft een goede wasbeurt
gehad.
Aan de overkant liep een pad...
Toen ik alles weer bij elkaar had op het voetpad, ging ik eerst repareren aan de fiets; er was heel wat scheefgeduwd en losgekomen. Toen volgde ik het pad stroomafwaarts. Af en toe kon ik zelfs even fietsen. Dit pad zou zeker ergens naar toe leiden en mijn gevoel van ongerustheid verdween. Ik kreeg ook weer oog voor de natuur: wat was het hier schitterend mooi!
Het was rond de middag toen het pad ophield bij een asfaltweg en een restaurantje. Daar ben ik eerst maar eens in gegaan, een Cola besteld en de kaart opengevouwen. Shimonoseki was nog zeker 100 km over de kortste route. Nee, het liefst liet ik vandaag de boot maar varen, rustig de 30 km naar Hagi peddelen en daar blijven. In Hagi heb ik eerst de boeking op de boot een dag verzet (gelukkig geen probleem). Toen heb ik een hotelletje gevonden, ben in de stad gaan eten en daarna in een cafe gedoken om dit verhaal te schrijven.